Belastingen: opcenten motorrijtuigenbelasting
Inning van de motorrijtuigenbelasting, waarop de provinciale opcenten meeliften, verzorgt de Belastingdienst. Boven op de motorrijtuigenbelasting betalen houders van personenauto’s en motoren provinciale opcenten. De provincies stellen het opcententarief vast, en zijn daarbij gehouden aan het wettelijk maximum dat het Rijk bepaalt. In 2025 hanteerde de provincie Noord-Holland een tarief van 77,4 opcenten. Het wettelijk maximum voor 2025 bedroeg 139,9 opcenten (Provinciewet artikel 222, 2 de lid). Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het inflatiecorrectiecijfer.
De provincie Noord-Holland heft sinds 2001 het laagste opcententarief. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de tarieven opcenten per provincie voor de jaren 2025, 2024 en 2023.
Provincie | 2025 | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
Noord-Holland | 77,4 | 77,4 | 67,9 |
Overijssel | 82,2 | 82,2 | 79,9 |
Flevoland | 83,9 | 83 | 82,2 |
Utrecht | 84,2 | 81,9 | 79,4 |
Zeeland | 84,4 | 84,4 | 82,3 |
Noord-Brabant | 84,9 | 82,8 | 80,8 |
Limburg | 85,8 | 83,1 | 80,6 |
Drenthe | 92 | 92 | 92 |
Friesland | 92,1 | 89,6 | 87 |
Groningen | 95,7 | 95,7 | 95,7 |
Gelderland | 101,2 | 97,9 | 93 |
Zuid-Holland | 101,5 | 98,7 | 95,7 |
Gemiddeld | 88,8 | 87,4 | 84,7 |
Maximum tarief | 139,9 | 138,3 | 125,8 |
Ontwikkeling van aantal voertuigen per brandstofsoort
De volgende tabellen geven een overzicht van de samenstelling van de voertuigen die in Noord-Holland zijn geregistreerd, over de jaren 2021 tot en met 2025. Uit de tabellen blijkt dat het totaal aantal voertuigen jaarlijks stijgt. Qua aantallen valt vooral de sterke stijging van het aantal elektrische voertuigen en de daling van het aantal diesel voertuigen op. De groei van het aantal benzinevoertuigen neemt de laatste jaren af. Dit laatste blijkt ook in het relatieve aandeel van benzinevoertuigen; dat neemt de laatste jaren iets af. Datzelfde geldt voor het aandeel van dieselvoertuigen. Door de sterke toename in absolute aantallen van elektrische voertuigen neemt ook het relatieve aandeel hiervan jaarlijks toe.
Aantal voertuigen | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Benzine | 1.282.449 | 1.300.845 | 1.364.231 | 1.367.942 | 1.368.923 |
Diesel | 142.066 | 128.338 | 111.306 | 94.683 | 83.235 |
Elektro | 59.122 | 73.488 | 133.801 | 163.643 | 192.260 |
Overige brandstoffen | 17.327 | 17.141 | 17.030 | 15.989 | 15.588 |
Totaal | 1.500.964 | 1.519.812 | 1.626.368 | 1.642.257 | 1.660.006 |
% Brandstofverbruik | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Benzine | 85,4% | 85,6% | 83,9% | 83,3% | 82,5% |
Diesel | 9,5% | 8,4% | 6,8% | 5,8% | 5,0% |
Elektro | 3,9% | 4,8% | 8,2% | 10,0% | 11,6% |
Overige brandstoffen | 1,2% | 1,1% | 1,0% | 1,0% | 0,9% |
Totaal | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |

In 2025 heeft de provincie Noord-Holland een bedrag van €297,4 miljoen aan provinciale opcenten ontvangen. In de jaren 2023 en 2024 was dat respectievelijk € 234,9 miljoen en € 272,1 miljoen.
In mei 2025 heeft de Belastingdienst aangegeven dat de dienst een fout heeft gemaakt in de berekening van de opcenten in de maanden oktober tot en met december 2024 en de maanden januari tot en met maart in 2025.
Gebleken is dat door deze fout in de eerste maanden van 2025 € 6,0 miljoen aan opcenten te veel is ontvangen. Het te veel ontvangen geld is gecorrigeerd in de maanden mei tot en met november.
De registratie van gegevens voor de motorrijtuigenbelasting wordt uitgevoerd door het Centraal Bureau Motorrijtuigenbelasting (CBM) en is daarmee de verantwoordelijkheid van het Rijk. Het CBM int de provinciale opcenten en draagt deze aan de provincies af. De provincies hebben geen controlemogelijkheden op deze afdrachten en zijn daarmee informatieafhankelijk van het CBM. De kwaliteit van de informatie over de ontvangen opcenten per provincie is daarom niet geheel gewaarborgd. Er blijft dus enige onzekerheid bestaan over de juistheid en volledigheid van de ontvangen opcenten.
Opbrengsten opcenten MRB | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|
Jaarrekening | -234,9 V | -272,1 V | -297,4 V |
Begroting | -231,5 V | -275,6 V | -290,9 V |
Onbenutte belastingcapaciteit
Het maximum aantal opcenten dat provincies mogen heffen, wordt wettelijk vastgesteld. Dit wordt jaarlijks in de septembercirculaire van het provinciefonds gepubliceerd. Voor 2025 was dat vastgesteld op 139,9 opcenten.
overzicht onbenutte belastingcapaciteit | |||||
Opbrengst opcenten (*€ 1 mln.) | Opcenten tarief 2025 | Opbrengst per opcent (*€ 1 mln.) | Maximum opcenten tarief 2025 | Maximale opbrengst 2025 (*€ 1 mln. | Onbenutte belastingcapaciteit 2025 (*€1 mln.) |
|---|---|---|---|---|---|
-297,4 V | 77,40 | -3,84 V | 139,90 | -537,2 V | -239,8 V |
Grondwateronttrekkingsheffing
Sinds 1 januari 2010 werd de grondwaterheffing geregeld via de Waterwet. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de grondslag van deze heffing opgenomen in de nieuwe wetgeving. Vanaf dat moment wordt de heffing aangeduid als grondwateronttrekkingsheffing . De opbrengsten van deze heffing zijn bedoeld voor het bekostigen van het grondwaterbeheer waarvoor de provincie verantwoordelijk is. In 2024 bedroeg de opbrengst
€ 838.892 (afgerond) In 2025 bedroeg de opbrengst € 818.203 (afgerond).
Om grote schommelingen in het tarief te voorkomen, is een financiële voorziening getroffen. Deze voorziening kan worden gebruikt bij onverwachte en niet-verhaalbare schade. De heffing geldt voor gebruikers die jaarlijks 25.000 m³ of meer grondwater onttrekken. Het tarief is vastgesteld op € 0,0085 per onttrokken kubieke meter grondwater.
De voorziening is in 2025 met € 219.000 afgenomen. Voor het jaar 2026 wordt een opbrengst van € 800.000 geraamd.
Periode | Voorziening grondwaterheffing |
|---|---|
1-1-2025 | € 2.556.598 |
31-12-2025 | € 2.337.452 |
Leges
Provincies hebben een aantal taken die leiden tot de afname van individuele diensten door bewoners of bedrijven. De afnemers van zo’n dienst betalen leges om de kosten te dekken (zoals personeels-, huisvestings- en materiaalkosten). In de tarieventabel die hoort bij de legesverordening zijn de provinciale legestarieven opgenomen voor onder andere het verstrekken van vergunningen in het kader van bouwactiviteiten, wateractiviteiten, ontgrondingsactiviteiten, flora- en fauna-activiteiten en milieubelastende activiteiten.
Uitgangspunt van Provinciale Staten is dat leges voor een vergunningsaanvraag kostendekkend zijn of worden. Dat wordt in eerste instantie bereikt door het optimaliseren van efficiency en in tweede instantie door het verhogen van de tarieven. Dit beleid vereist inzicht in de kostenstructuur, -beheersing en -toerekening. Om te berekenen of de leges de kosten dekken, gaat de provincie uit van een gemiddelde tijdsbesteding per vergunningsaanvraag. Deze wordt jaarlijks met de vergunningverlenende organisaties (waaronder de omgevingsdiensten) afgestemd. Het uurtarief van de omgevingsdienst en provincie wordt gehanteerd om de hoogte van de leges te berekenen. De legesverordening Noord- Holland 2025 (met de daarbij behorende legestabel 2025) zijn in het vierde kwartaal van 2024 vastgesteld door Provinciale Staten.
Kostendekkendheid leges in 2025
De uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH- taken) is gemandateerd aan de omgevingsdiensten: Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN), Omgevingsdienst IJmond (OD IJmond) en Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV).
De integrale kosten voor de uitvoering van de VTH-taken worden per omgevingsdienst, op basis van hun eigen opgestelde dienstverleningsovereenkomst, betaald.
Bij de berekening van de leges en de kostendekkendheid mogen alleen de kosten van de vergunningverlening worden doorberekend. Toezicht en handhaving worden dus niet doorberekend in de kostendekkendheid.
Kostprijsberekening methode
Om de kostprijs van de diverse vergunningaanvragen te berekenen, maakt de provincie gebruik van de activity based costing-method (ABC-methode). Deze methode wordt beschreven in de handleiding kostentoerekening 2016 van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De ABC-methode is de meest transparante methode. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een vergunning onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met een uurtarief van een behandelend ambtenaar bij de provincie Noord-Holland en/of de uurtarieven bij de omgevingsdiensten. Met ingang van 2020 maakt de provincie gebruik van de Rijkstarieven. Voor het uurtarief van de provincie wordt gerekend met schaal 9.
Volgens artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijven. De kostendekkendheid mag maximaal 100 procent zijn. Eventueel kruissubsidiëren is wel toegestaan.
De geraamde baten, zoals zijn opgenomen in de begroting 2025, zijn als volgt berekend:
het aantal verwachte aanvragen vermenigvuldigd met de in de tarieventabel 2025 opgenomen tarieven behorende bij het in behandeling nemen van de vergunningsaanvraag.
De geraamde lasten , zoals zijn opgenomen in de begroting 2025, zijn als volgt berekend:
het verwachte aantal uren dat door de medewerker wordt besteed aan het afhandelen van de aanvraag vermenigvuldigd met het uurtarief van de omgevingsdienst en het aantal verwachte aanvragen in 2025.
Overzicht kostendekkendheid leges | |||||
Tarieventabel leges | Uitvoerende organisatie | Baten begroot 2025 | Lasten begroot 2025 | Kostendekkendheid begroot 2025 | Baten realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Bouw activiteiten | OD NZKG | € 1.900.000 | € 1.645.000 | 115,5% | € 2.120.336 |
Milieubelastende activiteiten | OD NZKG ODIJ | € 500.000 | € 4.746.000 | 10,5% | € 163.578 |
Wegen/waterwegen | PNH | € 455.000 | € 522.000 | 87,1% | € 717.287 |
Wateractiviteiten | OD NZKG | € 360.000 | € 903.000 | 39,8% | € 126.002 |
Baden en zwemmen | OD NHN | € 13.000 | € 44.000 | 29,5% | € 1.900 |
Ontgrondingsactiviteiten | OD NZKG | € 70.000 | € 66.000 | 106,0% | € 68.446 |
Natuuractiviteiten | OD NHN | € 400.000 | € 1.752.000 | 22,8% | € 846.067 |
Luchtvaartwet | OD NZKG en PNH | € 16.000 | € 44.000 | 36,3% | € 27.589 |
Overige | PNH | € 10.000 | € - | 0,0% | € 0 |
Wadlopen* | Provincie Friesland | € 9.000 | € 13.000 | 69,2% | € 14.954 |
Schadevergoeding* | BIJ12/ Faunaschade | € 375.000 | € 750.000 | 50,0% | € 615.435 |
Totaal provinciale heffingen | € 4.108.000 | € 10.485.000 | 35,4% | € 4.701.594 | |
* De leges voor faunaschade (BIJ12) en het wadlopen (provincie Friesland) worden geïnd door de uitvoerende organisaties zelf. Deze opbrengsten worden verrekend met de bijdragen die de provincie Noord-Holland verschuldigd is aan BIJ12 en de provincie Friesland. De betreffende legesbaten lopen daarom niet via de begroting van de provincie. | |||||
Aantal verstrekt vergunningen | 2025 realisatie | 2025 geraamd | 2024 realisatie | |
|---|---|---|---|---|
Bouw activiteiten | ODNZKG | 221 | 109 | 108 |
Milleubelastende activiteiten | 108 | 0 | 0 | |
Wegenwet | prov. Noord-Holland | 544 | 479 | 479 |
Verkeersreglement | prov. Noord-Holland | 32 | 21 | 21 |
Vaarwegen | prov. Noord-Holland | 369 | 273 | 273 |
Wateractiviteiten | ODNZKG | 41 | 16 | 57 |
Baden en zwemmen | ODNHN | 1 | 0 | 0 |
Ontgrondingsactiviteiten | ODNZKG | 13 | 2 | 2 |
Natuuractiviteiten | ODNHN | 343 | 309 | 309 |
Luchtvaartwet | ODNZKG | 29 | 15 | 16 |
Overige | prov. Noord-Holland | 0 | 0 | 0 |
Wadloop* | Provincie Friesland | 121 | 15 | 15 |
Schadevergoeding | BIJ12/ faunafonds | 2.144 | 1.778 | 1.778 |
Totaal aantal verstrekte vergunningen | 3.966 | 3.017 | 3.016 |
Ontwikkelingen met betrekking tot leges
De aantallen in de jaarrekening 2025 laten enkel zien hoeveel vergunningen dat jaar zijn verleend. Dus niet alle vergunningaanvragen die in 2025 zijn ontvangen of nog in behandeling zijn, zijn hierin meegenomen.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heft nog niet bij het in behandeling nemen van de vergunningsaanvraag. Hierover vinden wel gesprekken plaats.
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft in 2024 en tot en met augustus 2025 geen legesaanslagen opgelegd voor bouwactiviteiten (oude WABO) en milieubelastende activiteiten op grond van de Omgevingswet. In december 2025 is, met hulp van een externe partij, alsnog een inhaalslag gemaakt voor deze legesaanslagen over de periode 1 januari 2024 tot en met 30 september 2025.
Deze inhaalslag zorgt voor een plotselinge stijging van het aantal legesaanslagen. Deze inhaalslag leidt tot een plotselinge piek in de legesaantallen die niet representatief is voor de actuele vergunningspraktijk.
Hoewel volledige kostendekkendheid nog niet is bereikt, worden jaarlijks gerichte stappen gezet om hiernaartoe te werken. Door structurele aanpassingen in de Legesverordening en een voortdurende focus op optimalisatie en actualisatie, wordt de basis gelegd voor een meer evenwichtige verhouding tussen kosten en opbrengsten. Daarbij wordt ook gewerkt aan het verkrijgen van een beter en realistischer beeld van de kosten die gemoeid zijn met vergunningverlening bij de omgevingsdiensten.
Met betrekking tot milieubelastende activiteiten heeft de provincie deelgenomen aan een werkgroep die zich richt op het vereenvoudigen en professionaliseren van de tarieventabel. In IPO-verband streven de provincies naar een uniforme en vereenvoudigde opzet van het hoofdstuk over milieubelastende activiteiten. De provincie Noord ‑ Holland levert hieraan een actieve bijdrage. Het doel is om de vereenvoudigde tarieventabel op te nemen in de Legesverordening 2027. Het proces met betrekking tot het vereenvoudigen van de tarieventabel loopt nog.
De Omgevingsdienst Noord ‑ Holland Noord heeft in 2025 een groot aantal onjuist opgelegde aanslagen verzonden: in meerdere gevallen werd de gemachtigde aangeslagen in plaats van de initiatiefnemer. De noodzakelijke correcties hebben geleid tot extra werkzaamheden en een dubbele administratieve verwerking. Naar aanleiding hiervan zijn duidelijke afspraken gemaakt over de juiste tenaamstelling bij het opleggen van aanslagen en hebben meerdere afstemmingsgesprekken plaatsgevonden. Hiermee is geborgd dat de juiste werkwijze in de toekomst structureel wordt toegepast en herhaling wordt voorkomen.
Het aantal vergunningsaanvragen voor vaarwegen is in 2025 fors toegenomen als gevolg van een handhavingsactie in het eerste en tweede kwartaal van 2025. In het kader van deze actie zijn ligplaatshouders aangeschreven om alsnog een vergunning aan te vragen voor het gebruik van een ligplaats waarvoor zij vergunningplichtig waren, maar waarvoor zij nog niet over een geldige vergunning beschikten. Deze toename in aanvragen vertaalde zich in hogere legesopbrengsten dan vooraf was geraamd.
Nazorgheffing gesloten stortplaatsen
De nazorgregeling Wet milieubeheer geldt sinds 1 april 1998. Deze geldt voor stortplaatsen waarop of na 1 september 1996 afval is gestort. De stortplaatsen mogen na sluiting geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Daartoe moet eeuwigdurende nazorg plaatsvinden waarvoor de provincie verantwoordelijk voor is.
De provincie moet maatregelen nemen om bodembeschermende voorzieningen op gesloten stortplaatsen in stand te houden, te onderhouden, te herstellen en eventueel te vervangen. Voorts moet de provincie deze bodembeschermende voorzieningen regelmatig inspecteren en de bodem onder de stortplaats onderzoeken. Ter bestrijding van deze kosten is een nazorgheffing ingesteld, die wordt geheven bij de exploitanten van de operationele stortplaatsen. De jaarlijkse heffing wordt vastgelegd in een door Provinciale Staten vast te stellen tarieventabel. De berekening vindt plaats aan de hand van het doelvermogen dat aanwezig moet zijn bij sluiting van de stortplaats en het opgebouwde kapitaal in het Nazorgfonds. De heffingen worden in het uitsluitend voor nazorg bestemde Nazorgfonds gestort. Het Nazorgfonds is een bij wet vastgestelde rechtspersoon. In dit fonds wordt een zodanig kapitaal opgebouwd, dat uit het rendement daarop de eeuwigdurende nazorg gefinancierd kan worden.
In 2025 is er een aanslag nazorgheffing verstuurd aan Sortiva in Alkmaar voor € 99.000. In november 2025 heeft Gedeputeerde Staten de begroting 2026 Fonds nazorg gesloten stortplaatsen provincie Noord-Holland vastgesteld. Gezien de aanpassing van de rekenrente en de daaruit voortvloeiende verhoging van de doelvermogens, blijft vooralsnog het voorstel om het opleggen van een aanslag nazorgheffing aan de stortplaatsexploitanten achterwege te laten in 2026.
Opbrengsten provinciale heffingen en belastingen
Voor 2025 bedraagt de totale opbrengst belastingen en lokale heffingen € 302,6 miljoen.
Belasting / Heffing | Jaarrekening 2025 | Jaarrekening 2024 | |
|---|---|---|---|
Opcenten motorrijtuigenbelasting | -€ 297,4 | V | -€ 272,1 |
Grondwaterheffing | -€ 0,8 | V | -€ 0,8 |
Leges | |||
* Bouwactiviteiten | -€ 2,1 | V | -€ 2,4 |
* Overige leges | -€ 2,6 | V | -€ 1,8 |
Totaal | -€ 302,9 | V | -€ 277,1 |
