Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De provincie doet continu aan risicomanagement. Twee keer per jaar worden de risico's geïnventariseerd en tegen de weerstandscapaciteit gehouden.
Alleen risico's met een risicoscore (gevolgklasse x kansklasse) van 4 of hoger staan in de risicotabel. Risico’s met een lagere score worden wel meegenomen in de berekening van het weerstandsvermogen.

 

Risico's

Risicobedrag

Risicoscore

Dekking

Strategische risico's

1.

Deelneming ROM

€ 11.900.000

8

Weerstandsvermogen

2.

UAV-GC 2025 aansprakelijkheid 'overige indirecte schade'

€ 5.000.000

8

Weerstandsvermogen

3.

Verkeerde procedures en/of fouten in uitvoering omgevingswet

€ 3.000.000

6

Weerstandsvermogen

4.

Lening Pallas

€ 43.984.173

4

Weerstandsvermogen

5.

Lening Nationaal Restauratiefonds

€ 9.100.000

4

Weerstandsvermogen

6.

Deelneming PDENH

€ 6.600.000

4

Weerstandsvermogen

7.

Wateroverlast: natuurontwikkeling Texel

€ 1.048.000

4

Weerstandsvermogen

8.

Kosten opruimen afvalinrichting

€ 1.000.000

4

Weerstandsvermogen

Externe risico's

9.

Dividenduitkering

€ 3.375.000

6

Weerstandsvermogen

Strategische risico's

1. Deelneming ROM
ROM InWest investeert in duurzame en innovatieve bedrijven of initiatieven in Noord-Holland. Omdat de ROM deels wordt gefinancierd met provinciale middelen, leiden de investeringen ook tot een financieel risico voor de provincie. De provincie is voor € 40 miljoen aandeelhouder in ROM InWest. Het totaalkapitaal van de ROM is circa € 160 miljoen. Bij het besluit tot deelname in de ROM (18 mei 2021) is er een risicopercentage van 30 procent opgenomen. Dit komt neer op een risico van maximaal € 12 miljoen. De ROM hanteert een 'waarderingstemplate' en heeft een 'valuation committee' om de investeringen te monitoren.

2. UAV-GC 2025 aansprakelijkheid 'overige indirecte schade'
Voor aannemingsovereenkomsten waarbij de provincie Noord-Holland de uitvoering en het ontwerp van het werk geïntegreerd uitvraagt, hanteert de provincie de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen (UAV-GC). In januari 2025 is de herziene UAV-GC (UAV-GC 2025) door het kenniscentrum CROW gepubliceerd. Op 1 oktober 2025 heeft de directie van de provincie besloten de UAV-GC 2025 te implementeren in de provinciale contractstandaard. Onder UAV-GC 2025 is de provincie als opdrachtgever aan te spreken voor ‘overige indirecte schade’ die door een opdrachtnemer is veroorzaakt en wordt geleden door een derde als die schade de drempel van 10 procent van de aanneemsom overschrijdt.

Om dit risico zoveel mogelijk te beheersen, is in de provinciale contractstandaard een aanvullende verduidelijking opgenomen die beschrijft onder welke voorwaarden de provincie in haar rol als opdrachtgever van projecten onder de UAV-GC 2025 kan worden aangesproken voor dergelijke ‘overige indirecte schade’. Verder volgt de provincie de jurisprudentie en casuïstiek bij andere opdrachtgevers en zal zij indien nodig gespecialiseerde capaciteit inschakelen om verweer te kunnen voeren tegen eventuele vorderingen.
Het risico van overige indirecte schade kan doorlopend optreden, terwijl de kans dat dit gebeurt en het risicobedrag lastig vooraf zijn in te schatten. Daarom gaat de provincie ervan uit dat dit risico eens in de vijf jaar optreedt, waarbij de overige indirecte schade € 5 miljoen per keer bedraagt.
3. Verkeerde Wet milieubeheerprocedure en fouten bij Wabo-procedure
De uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en daarop betrokken wetten ligt bij de omgevingsdiensten. Als mandaatgever is en blijft de provincie verantwoordelijk voor de vermogensrechtelijke gevolgen van de besluiten die deze diensten namens de provincie nemen. Fouten in de procedures kunnen leiden tot schadeclaims van bedrijven bij de provincie. Dit doet afbreuk aan het imago van de provincie. Schadeclaims kunnen oplopen tot een bedrag van circa € 3 miljoen.

De provincie heeft privaatrechtelijke overeenkomsten gesloten met de omgevingsdiensten over de eisen waaraan de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving moeten voldoen. De aansprakelijkheid voor tekortkomingen in de uitvoering van de VTH-taken ligt tot het bedrag van de betreffende dienstverlening bij de omgevingsdiensten. Zij moeten voldoen aan de Verordening Kwaliteit VTH Omgevingsrecht.
4. Lening Pallas
De provincie Noord-Holland heeft in 2015 een lening verstrekt aan de Stichting Voorbereiding Pallas-reactor. De rechtsopvolger van deze stichting is vanaf medio 2025 de besloten vennootschap NRG Pallas B.V., een 100 procent staatsdeelneming. In een nog af te sluiten nieuwe leningovereenkomst wordt opgenomen dat de provincie in 2035 als eerste schuldeiser wordt afgelost. Er bestaat een risico dat de lening niet kan worden afgelost; dan wordt het openstaande bedrag niet terugbetaald.
De kans dat dit eenmalige risico optreedt, wordt gedurende de looptijd van de lening ingeschat op 20 procent. De beheersmaatregelen voor dit risico zijn:

  • De provincie heeft een preferentie ten opzichte van andere schuldeisers.
  • De Rijksoverheid heeft de financiering van de B.V. verzorgd.
  • Er vindt periodiek overleg plaats met de enig aandeelhouder van de B.V., de minister van VWS.

5. Lening Nationaal Restauratiefonds
De provincie heeft geld uitgeleend aan het Nationaal Restauratiefonds (NRF) dat op zijn beurt geld leent aan eigenaren voor het herbestemmen, restaureren en verduurzamen van monumenten. Het risico bestaat dat de lening niet (volledig) wordt terugbetaald aan het NRF en in het verlengde daarvan aan de provincie. Om dit risico te beperken, toetst het NRF of de ontvangers van de leningen voldoende kredietwaardig zijn. Door hypothecaire leningen, met het monument als onderpand, verkrijgt het NRF voldoende zekerheid. Ook bekijkt het NRF in hoeverre daadwerkelijk voldoende zekerheid kan worden verkregen uit het te financieren onderpand. Het risico bedraagt maximaal € 9,1 miljoen.

6. Deelneming Participatiefonds Duurzame Economie Noord-Holland B.V. (PDENH)
Het PDENH investeert in duurzame en innovatieve bedrijven of initiatieven in Noord-Holland. Omdat het PDENH wordt gefinancierd met provinciale middelen, leiden de investeringen ook tot een financieel risico voor de provincie. De financiële risico’s zijn relatief beperkt, omdat wordt geïnvesteerd in bedrijven die al op de markt actief zijn. Verder wordt als beheersmaatregel voor iedere investering een uitgebreid boekenonderzoek uitgevoerd. Ondanks dat het risico relatief beperkt is, gaat het in absolute zin om grote bedragen. Het aantal investeringen en het uitgezette kapitaal door het PDENH neemt in de toekomst verder toe. Voor de zekerheid is bij de berekening van het benodigde risicobedrag voor het PDENH uitgegaan van 10 procent van het geïnvesteerde vermogen. Dit bedrag dient ter dekking van onvoorziene risico’s, in de vorm van (onvoorziene) faillissementen van ondernemingen waarin het fonds heeft geïnvesteerd. Waardering van participatie aan dit fonds verloopt in de jaarrekening via de post Financiële vaste activa.

7. Wateroverlast: natuurontwikkeling Texel
Wateroverlast in polder Waalenburg heeft allereerst gevolgen voor de agrarische productie. In periodes van droogte kan verzilting optreden. Daardoor is de kans op botulisme in warme, droge zomers gering. Daarnaast zijn er voorzieningen waarmee altijd water kan worden in- of uitgelaten. De provincie blijft het waterpeil in polder Waalenburg tot en met 2030 monitoren en de resultaten met het hoogheemraadschap delen. Treedt er ondanks alle onderzoeken en maatregelen toch waterschade op, dan wordt gekeken wat daarvan de oorzaak is. Eventuele schade die voortvloeit uit direct aan het project toerekenbare gevolgen, wordt vergoed. Schade die niet het gevolg is van het project of daar niet aan kan worden toegerekend, valt hier dus buiten.

8. Kosten opruimen afvalinrichting
De provincie is het bevoegd gezag voor majeure risicobedrijven. Als dergelijke bedrijven in continuïteitsproblemen komen, dan is het denkbaar dat het bevoegd gezag de eventuele opruim- en saneringskosten moet dragen. Deze problemen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door brand of wijzigingen in regelgeving, mogelijk met faillissement als gevolg. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het mogelijk bij dergelijke risicobedrijven een financiële zekerheidsstelling te eisen. Hiervoor moet wel na de inwerkingtreding van de Omgevingswet de vergunning van de betreffende bedrijven worden geactualiseerd. Tot dat moment is de provincie verantwoordelijk voor dit risico. Het gaat om zo’n 145 bedrijven.

Externe risico's

 
9. Dividenduitkeringen
Jaarlijks ramen we de dividendinkomsten van een aantal deelnemingen. Deze mogelijke inkomsten zijn een risicopost, doordat pas na afloop van een boekjaar bij een deelneming blijkt of het verwachte positieve resultaat is behaald. De dividendinkomsten maken deel uit van de structurele dekkingsmiddelen. Daarom reserveert de provincie volgens besluitvorming van Provinciale Staten 25 procent van de inkomsten die voor dat jaar zijn geraamd als onderdeel van de algemene reserve. Door hetzelfde bedrag op te nemen in de risico-inventarisatie, wordt het risico afgedekt dat 25 procent van de geraamde dividenden niet wordt uitgekeerd. De impact van het risico beperkt de provincie door de dividendontvangsten voorzichtig te ramen. Daarnaast vinden jaarlijks diverse overleggen met de deelnemingen plaats. Hierbij worden de mogelijke risico’s binnen de bedrijfsvoering besproken. Eventueel worden maatregelen genomen. Tenslotte kan in bepaalde gevallen de keuze worden gemaakt om dividend uit te keren uit winsten die in het verleden zijn behaald.

Niet gekwantificeerde risico's

De hierboven genoemde risico’s zijn inherent aan het type instrument dat de provincie toepast om doelen te realiseren. Denk hierbij aan leningen, deelnemingen en fondsen. Daarnaast zijn er financiële afspraken gemaakt en/of geldt wet- en regeling rondom aansprakelijkheid. Deze risico’s zijn goed kwantificeerbaar.
De provincie heeft ook te maken met risico’s rondom het te voeren beleid en risico’s die van buiten komen. Deze risico’s zijn minder goed definieerbaar maar wel lastiger te kwantificeren. Desondanks is het de moeite waard om hier kort bij stil te staan.

Extreme weersomstandigheden
Het ontwerp van onze infrastructuur is gebaseerd op uitgangspunten voor een klimaat dat minder extreme situaties kent. Deze extreme situaties kunnen gevolgen hebben voor onze (water)wegen, bruggen, viaducten en dijken. Door het monitoren van het provinciaal areaal houden we deze risico’s in beeld.

Cybersecurity & Informatiebeveiliging
Het aantal informatiebeveiligingsincidenten neemt wereldwijd elk jaar toe. De provincie moet er rekening mee houden dat zij getroffen wordt. Daarom richt de organisatie zich zowel op het voorkomen van beveiligingsincidenten als op het beperken van de impact wanneer deze zich voordoen. Het is daarom belangrijk om te voldoen aan de gestelde wet- en regelgeving en daar proactief invulling aan te geven. Dit vermindert de kans op- en mogelijke impact van digitale incidenten. Als een incident zich voordoet, kan dit leiden tot verstoring van bedrijfsprocessen, hoge (herstel)kosten, reputatieschade en inbreuk op het vertrouwen in de overheid.
Hogere kwaliteitseisen assets
Aanscherping van wet- en regelgeving kan zorgen voor hogere kwaliteitseisen aan assets. Dit leidt in het geval van vervanging en/of onderhoud tot hogere investeringen en/of lasten.

Indexering bijdragen gemeenschappelijke regelingen
De provincie neemt deel aan verschillende gemeenschappelijke regelingen. Wanneer de indexering van de bijdragen aan deze regelingen hoger uitvalt dan eerder in de begroting is opgenomen, kan dit leiden tot hogere kosten. Deze indexering is vaak gebaseerd op ontwikkelingen zoals loonstijgingen (bijvoorbeeld cao
ontwikkelingen) en prijsinflatie van materiële kosten.
De timing en hoogte van deze indexeringen sluiten niet altijd aan op de provinciale planning- en controlcyclus, waardoor onverwachte stijgingen kunnen optreden. Daarnaast hebben ook andere deelnemende partijen binnen de gemeenschappelijke regeling instemmingsrecht over de begroting. Hierdoor is de provincie ook van andere deelnemers in het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling afhankelijk bij de besluitvorming over de hoogte van de deelnemersbijdragen.
Gevaarlijke stoffen in de bodem
Bij civiele werken moet de grond worden onderzocht op de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen, zoals PFAS en andere verontreinigingen. Als de bodem meer schadelijke stoffen bevat dan de geldende normen toestaan, kan dit leiden tot extra maatregelen en vertraging in de uitvoering van projecten.

 


 

 

Deze pagina is gebouwd op 05/13/2026 08:43:12 met de export van 05/13/2026 08:29:21