Klimaat en gezonde leefomgeving

Bevorderen gezonde leefomgeving

Wat hebben we bereikt?

1.De beleidsontwikkeling voor een gezonde en fysieke gezonde leefomgeving ontwikkelde zich langs drie hoofdlijnen:

  • vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen en hinder (bronbeleid),
  • volwaardig meewegen van het belang van gezonde leefomgeving bij ruimtelijke vraagstukken,
  • kennis van en inzicht in de gezonde leefomgeving.  

Het beleid wordt vastgesteld door Provinciale Staten. Als onderdeel van deze beleidsontwikkeling vond in 2025 een participatietraject plaats. Hieraan namen tientallen professionele stakeholders deel. De kern van het beleid: op momenten dat het belang van een gezonde leefomgeving onder druk staat, handelen we – vooruitlopend op het formele beleid – hiernaar.
Daarnaast heeft de provincie bij het Rijk en in het Interprovinciaal Overleg (IPO) aandacht gevraagd voor het belang van een gezonde leefomgeving en aangegeven wat de provincie daarvoor nodig heeft in haar provinciale taakuitvoering.
2. De omgevingsdiensten in Noord-Holland hebben in 2025 in opdracht van de provincie uitvoerings- en handhavingstaken verricht: vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Vanwege de brede reikwijdte van de VTH-taken leveren deze activiteiten ook een bijdrage aan het behalen van maatschappelijke doelen die in andere hoofdstukken van deze jaarstukken aan bod komen. Het realiseren van deze doelen vraagt om een stevige en robuuste uitvoeringspraktijk, waarin alle betrokken partijen effectief samenwerken vanuit het principe van één overheid. Daarom nam de provincie het initiatief om te onderzoeken hoe de samenwerking van de omgevingsdiensten – en daarmee hun toekomstbestendigheid – versterkt kan worden.
3. De provincie voerde haar taken uit om de grondwaterkwaliteit en drinkwatervoorziening te beschermen, om risico’s van bodemverontreiniging weg te nemen, en in het kader van de Mijnbouwwet.

Wat hebben we ervoor gedaan?

1.1 In 2025 gaf de provincie invulling aan het decentraal uitvoeringsplan ‘Schone lucht Akkoord’ (DUP SLA) en werd een regionaal kennisnetwerk luchtkwaliteit operationeel. De jaarlijkse resultaten van het eigen regionaal luchtmeetnet zijn in september 2025 gepubliceerd en er is invulling gegeven aan verbeteracties op basis van de evaluatie van het luchtmeetnet (2024). Het innovatieve project ‘Hollandse Luchten’ kreeg in 2025 een eervolle vermelding bij de uitreiking van de EU-prijzen voor citizen science.  
Het netwerk van elektronische neuzen om geurhinder en de uitstoot van mogelijk gevaarlijke stoffen op te sporen is in 2025 ook gebruikt bij de handhaving door de Inspectie Leefomgeving en Transport op varend ontgassen.  
In 2025 is een start gemaakt met een aanbesteding voor nieuwe sensoren voor het eNosenetwerk in het Noordzeekanaalgebied. Ook zijn voorbereidingen gestart voor een nieuw convenant ‘eNosenetwerk Noordzeekanaalgebied Amsterdam-Rijnkanaal’. Het huidige convenant loopt af in 2026.
Voor het terugdringen van de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen zijn in 2025 alle relevante provinciale afvalbedrijven aangeschreven om een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) op te stellen en in te dienen. De VRP’s van alle overige provinciale bedrijven zijn al ter beoordeling ingediend.
1.2 De provincie stelde het ‘ontwerp Actieplan Geluid 2025–2029’ vast, met daarin het nieuwe ambitieniveau om geluidhinder van provinciale wegen te verminderen. Ook is de beleidsregel doelmatigheid geluidmaatregelen Noord-Holland in ontwerp vastgesteld. De definitieve besluiten over het ‘Actieplan Geluid’ en deze beleidsregel worden nog genomen. Er is gestart met de implementatie van de geluidproductieplafonds provinciale wegen (uitvoering SWUNG-2). Deze geluidproductieplafonds worden nog vastgesteld.  
In 2025 ging het project Implementatie SWUNG-2 industrieterreinen van start, gericht op de implementatie van geluidproductieplafonds voor de vijf industrieterreinen van regionaal belang. De eerste omzetting naar geluidproductieplafonds vond in 2025 plaats. Dit besluit heeft betrekking op industrieterrein De Pijp in Beverwijk.
In 2025 begon de voorbereiding van een nader onderzoek naar geluidhinder van het industrieterrein IJmond. De provincie is geen opdrachtgever, maar als belanghebbende wel betrokken bij het onderzoek.
In 2025 ging het proces om het stiltegebiedenbeleid te actualiseren van start. De besluitvorming vindt later plaats. 
1.3 De provincie voerde samen met de gemeente Amsterdam en het Havenbedrijf Amsterdam onderzoek uit naar de veiligheidsrisico’s en het ruimtebeslag die de energietransitie met zich meebrengt voor het gebied Westpoort. De uitkomsten worden meegenomen in de ontwikkeling van het omgevingsveiligheidsbeleid voor Amsterdam Westpoort. 
De provincie startte in 2025 met de ontwikkeling van beleid voor groepsrisico. De aanleiding: aandachtsgebieden kunnen de gemeentegrenzen overschrijden en vaak is de provincie het bevoegd gezag voor milieubelastende activiteiten die deze aandachtsgebieden veroorzaken.
1.4 In 2025 bracht de provincie het belang van een gezonde leefomgeving in bij ruimtelijke vraagstukken in het Noordzeekanaalgebied en bij bedrijven waarvoor we bevoegd gezag zijn, zoals ICL, Ketjen en Givaudan. 
Bij plannen voor mogelijke ontwikkelingen op bedrijventerrein De Pijp in Beverwijk en in Ruigoord in het westelijk havengebied diende de provincie zienswijzen in. 
Bij de verdere uitwerking van beleid voor een gezonde leefomgeving zocht de provincie nadrukkelijk de samenhang met de actualisatie van de omgevingsvisie.  
1.5 In 2025 werkte de provincie het beleidskader ‘Gezonde Leefomgeving’, uit waarbij samenhang werd gezocht met het uitwerken van de omgevingsvisie. Er is een communicatie- en participatieplan voor de beleidsontwikkeling vastgesteld en uitgevoerd. 
1.6 In 2025 is een volgend depositieonderzoeksrapport gepubliceerd door het RIVM op basis van monstername in 2024. Eind 2025 is opnieuw een monstername gedaan voor een volgend rapport. De pilot voor het meten van grofstof in de IJmond is voortijdig beëindigd, omdat deze niet de gewenste resultaten opleverde. Voor het verder uitwerken van een Omgevingsoverleg trokken de IJmond-gemeenten in samenspraak met de provincie een projectleider aan. Verder is in 2025 een nieuw opinieonderzoek onder omwonenden uitgevoerd.
2.1 In 2025 zijn de jaarlijkse afspraken met de vier omgevingsdiensten binnen de provincie Noord-Holland vastgelegd in uitvoeringsovereenkomsten of dienstverleningsovereenkomsten. De provincie zorgde voor heldere kaders en toereikende middelen. De provinciale visie en strategische sturing op de inzet van de VTH-instrumenten zijn vastgelegd in de ‘Nota Uitvoering en Handhaving 2024–2027’. De provincie maakte met de omgevingsdiensten op basis van deze nota afspraken over een verdieping op de wijze van prioriteren en actualiseren van de vergunningen.
De provincie neemt samen met de omgevingsdiensten deel aan een pilot outcome-gericht werken. Deze pilot is met de Omgevingsdienst NZKG omgezet naar reguliere bedrijfsvoering bij VTH waar het gaat om zeer zorgwekkende stoffen in de afvalbranche in Noord-Holland.
In 2025 stuurden Gedeputeerde Staten drie keer een uitgebreide informatiebrief naar Provinciale Staten over de uitvoering en handhaving bij provinciale bedrijven. 
2.2 De provincie zette stappen om de uitvoering te versterken, inclusief de benodigde randvoorwaarden. Dit gebeurde onder meer via het ‘Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel’ (IBP VTH). De provincie bevordert de samenwerking op het gebied van VTH in de domeinen milieu en natuur. Daarnaast nam de provincie het initiatief om in het domein van milieucriminaliteit de regionale beleidscyclus naar het voorbeeld van de ‘Handreiking Regionale Beleidscyclus’ van het IPB VTH tot stand te brengen. 
De provincie nam verder het initiatief tot een bestuurlijke verkenning naar de samenwerking tussen de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Deze bestuurlijke verkenning is eind 2025 opgeleverd. 
2.3 Op het gebied van toezicht en handhaving zijn verschillende stappen gezet. We denken dan in het bijzonder aan de beslissingen op het bezwaar van de aanzeggingsprocedure (Kooks- en Gasfabriek 2 van Tata Steel) en voor de lasten onder dwangsom voor het overschrijden van emissiegrenswaarden bij beide Kooks- en Gasfabrieken. Begin 2025 is met een informele review gereageerd op een concept MER van Tata Steel voor Heracless Groen Staal (verduurzaming Tata Steel). De MER is door Tata Steel ingediend en de provincie is begonnen met de beoordeling hiervan (dit moet resulteren in de volgende procedurestap: het verzoek om aanvullende gegevens aan Tata Steel).
De Joint Letter of Intent tussen het Rijk, Tata Steel en de provincie voor een groenere en schonere staalproductie is in september 2025 ondertekend.
3.1 Er zijn in 2025 geen adviesvragen aan de provincie gesteld in het kader van de Mijnbouwwet. 
3.2 Samen met gemeenten, drinkwaterbedrijven en het waterschap is ook in 2025 gewerkt aan zorgvuldig gebiedsgericht beheer van grondwaterverontreinigingen in ’t Gooi. Er zijn opties om drinkwatervoorziening Laren robuuster te beschermen. Deze zijn nader uitgewerkt voor de besluitvorming. Ook is onderzocht of er ongewenste uitstroom van grondwaterverontreiniging buiten het beheergebied van het gebiedsbeheerplan ’t Gooi plaatsvindt. Dit bleek niet het geval, de provincie dient wel op basis van het uitstoomonderzoek een kleine aanpassing van het gebiedsbeheerplan vast te stellen.  
3.3 De provincie heeft haar wettelijke taken uitgevoerd bij bodemsanering van spoedlocaties en de nazorg en het beheer van restverontreinigingen na sanering. Voor de spoedlocatie Cindu Uithoorn werkte de provincie samen met de gemeente en ministeries aan een aanpak waarbij sanering en ontwikkeling van de locatie samenkomen. Hiervoor zijn aanvullende onderzoeken naar de bodemkwaliteit uitgevoerd en zijn kostenramingen van saneringsopties opgesteld. Voor de nazorg van restverontreinigingen in het Ilperveld stelde de provincie een nieuwe aanpak vast en nam deze in uitvoering. Uit onderzoek naar mogelijk saneringslocaties voor PFAS bleek dat er nu geen locaties zijn die gesaneerd moeten worden.
3.4 De provincie zette het overleg voort met het Rijk, kustprovincies, onderzoeksinstituten en drinkwaterbedrijven over het opzetten van een breed onderzoek naar PFAS en seaspray. In 2025 is, mede in opdracht van de provincie, een onderzoek opgeleverd naar het gebruik van PFAS-pesticiden en de risico's daarvan voor grondwater en bodem.  
3.5 Op twee gesloten stortplaatsen (De Poel te Zaandam en Insteekhaven te Den Helder) vond in opdracht van Gedeputeerde Staten nazorg plaats, ten laste van het Nazorgfonds. Voor één open stortplaats (Schoteroog te Haarlem) is namens Gedeputeerde Staten een geactualiseerd nazorgplan goedgekeurd. De sluitingsprocedure van de stortplaats Schoteroog is niet afgerond in verband met de besluitvorming over de rekenrente van het Nazorgfonds. De sluitingsprocedure van stortplaats de Hollandse Brug te Naarden is opgestart.   

Wat heeft het gekost?

Beleidsdoel 2.2 Bevorderen gezonde leefomgeving

Ontwerp
begroting
2025 **

Actuele
begroting
2025 **

Jaarrekening
2025

Bedrag
verschil *

Lasten

53.744

N

50.373

N

49.382

N

992

Baten

-3.355

V

-6.438

V

-14.850

V

8.412

Saldo van baten en lasten

50.389

N

43.935

N

34.531

N

9.404

Stortingen reserves

Reserve Bodemsanering

445

N

126

N

126

N

0

Onttrekkingen reserves

Reserve Gezonde leefomgeving

0

V

-710

V

-33

V

-677

Reserve Bodemsanering

-3.917

V

-1.104

V

-607

V

-497

Resultaat

46.917

N

42.247

N

34.017

N

8.230

*een positief verschil ten opzichte van de actuele begroting is voordelig

Deze pagina is gebouwd op 05/13/2026 08:43:12 met de export van 05/13/2026 08:29:21