Paragrafen

Financiering

Liquiditeitsprognose en financieringstekort
De liquiditeitsprognoses genereren informatie over de liquiditeitsbehoefte op de korte, middellange en lange termijn. De prognoses vormen een belangrijke basis voor het uitzetten van tijdelijk beschikbare financiële middelen in deposito’s, evenals het aantrekken van kort en lang vreemd vermogen wanneer er een tekort aan liquide middelen dreigt te ontstaan.
De provincie hanteerde ook in 2025 het systeem van totaalfinanciering. Dit houdt in dat niet voor iedere investering apart een lening werd afgesloten. Investeringen zijn gefinancierd uit het totaal van eigen vermogen en het lang vreemd vermogen (aangetrokken leningen). Er is dus geen directe relatie tussen een bepaald(e) investering/project en de rentelasten voor een afgesloten lening. De rentekosten zijn aan de desbetreffende taakvelden met behulp van een (rente)omslag toegerekend. Hierdoor is er inzicht in de volledige kosten van de taakvelden.
Deze werkwijze is in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording (BBV), de Wet fido en het Financieringsstatuut provincie Noord-Holland 2024.
In 2025 heeft de provincie geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om tijdelijk overtollige middelen uit te zetten bij Nederlandse gemeenten, waterschappen en provincies. De liquiditeitsprognose voor de korte en lange termijn laat dit niet toe. Voor het bepalen van de hoogte, de looptijd en het rentepercentage van de te plaatsen deposito’s en uitzettingen wordt gebruikgemaakt van liquiditeitsprognoses en renteverwachtingen om de marktconformiteit vast te stellen.
De provincie heeft in 2025 een langlopende geldlening (groot € 70 miljoen) afgelost in lijn met de afgesloten leningovereenkomst. Om deze aflossing te financieren, heeft de provincie twee nieuwe langlopende geldleningen met een totaalbedrag van € 90 miljoen afgesloten. De nieuw afgesloten leningen bedragen beide € 45 miljoen en zijn voor respectievelijk twee en vier jaar afgesloten. Hiermee komt de leningportefeuille voor de provincie uit op € 180 miljoen. Het werkelijk uitstaande bedrag aan leningen per 31 december 2025 is echter lager dan in de begroting 2025 werd verwacht (€ 425 miljoen). De oorzaak is de hogere positie liquide middelen aan het begin van het jaar dan begroot, een lagere leningportefeuille aan het begin van het jaar dan begroot en een positievere kasstroom over 2025 dan begroot.

Bedragen * € 1.000

Begroot 2025

Realisatie 2025

Stand liquide middelen 01-01

+ € 5.619

+ € 109.134

Kasstroom uit exploitatie

-/- € 69.408

-/- € 7.842[1]

Kasstroom uit investeringen

-/- € 142.541

Kasstroom uit financiering

+ € 210.000

+ € 20.000

Stand liquide middelen 31-12

+ € 3.670

+ € 121.292

In 2025 zijn er geen kasgeldleningen aangetrokken. Het saldo van de uitstaande kasgeldlening per 31 december 2025 bedraagt € 0.

[1]  In de realisatie is nog geen onderscheid te maken tussen operationele en investeringskasstromen. Voor 2026 verwachten wij dit onderscheid wel te kunnen maken.

Deze pagina is gebouwd op 05/13/2026 08:43:12 met de export van 05/13/2026 08:29:21