Wat heeft het gekost? (x € 1.000)
Programma 6 | Economie, leefbaarheid en cultuur | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Jaarrekening | Ontwerp begroting 2025 | Actuele begroting 2025 | Jaarrekening 2025 | Bedrag verschil | |||||
Lasten | 25.815 | N | 38.079 | N | 47.495 | N | 53.335 | N | -5.840 |
Baten | -3.245 | V | 0 | V | -6.122 | V | -4.698 | V | -1.424 |
Saldo van baten en lasten | 22.570 | N | 38.079 | N | 41.373 | N | 48.636 | N | -7.263 |
Stortingen reserves | 22.856 | N | 10.303 | N | 16.881 | N | 16.881 | N | 0 |
Onttrekkingen reserves | -33.376 | V | -10.689 | V | -15.282 | V | -15.180 | V | -102 |
Resultaat | 12.050 | N | 37.693 | N | 42.972 | N | 50.338 | N | -7.366 |
Verschillenanalyse programma 6
Toelichting | Lasten | Baten | Storting | Onttrekking | Resultaat | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal programma | - 5.839.612 | - 1.423.739 | 0 | - 102.154 | - 7.365.504 | |||
6.1 Bevorderen van een veerkrachtige en circulaire economie | ||||||||
De lagere baten zijn veroorzaakt door: | ||||||||
SPUK regeling MKB | 601.648 | - 601.648 | 0 | |||||
Er zijn minder subsidies verstrekt dan begroot voor de MIT-regeling Haalbaarheid 2025. Daardoor zijn ook de baten uit de SPUK-regeling lager. Daarnaast zijn de geraamde baten van de uitvoeringskosten voor de MIT-regelingen verantwoord op een ander profit center. | 451.033 | - 451.033 | 0 | |||||
De per saldo lagere lasten zijn veroorzaakt door: | ||||||||
BTW retour via het BCF | 300.291 | 300.291 | ||||||
- De uitvoering van de regiodeal Waddeneilanden heeft een ander bestedingsritme dan verwacht. Hierdoor is in 2025 een overschrijding van het budget, maar dit wordt gecompenseerd door lagere lasten in toekomstige begrotingsjaren. | - 397.827 | - 397.827 | ||||||
De lagere ontrekkingen aan de reserves zijn veroorzaakt doordat er vaststellingen hebben plaatsgevonden op subsidies die in de jaren 2019 tot en met 2024. Welke zijn verleend met een dekking vanuit de reserve MKB. | - 453.890 | - 453.890 | ||||||
Hogere lasten vanwege de dotatie aan de voorziening. Dit komt uit de resultaatontwikkeling 2025 waarbij het verlies van PDENH leidt tot waardeverminderingen op participatie/lening. | - 7.515.729 | - 7.515.729 | ||||||
6.2 Behouden kwaliteit van erfgoed | ||||||||
De lagere lasten en hiermee samenhangende lagere onttrekkingen aan de reserve monumenten (Mr.F.J.Kranenburgfonds) zijn veroorzaakt doordat een lager subsidiebedrag is vastgesteld op grond van de uitvoeringsregeling Verduurzaming. Daarnaast zijn minder subsidieaanvragen binnengekomen dan verwacht voor de uitvoeringsregelingen Restauraties Rijksmonumenten. | 345.287 | - 345.287 | 0 | |||||
De lagere lasten en hiermee samenhangende lagere onttrekkingen aan de reserve SVA/NHW Werelderfgoed zijn veroorzaakt door Het niet in 2025 verstrekken van subsidies van Fort Spaarndam en lagere vaststelling van subsidies Fort Edam, Gemeente Gooise Meren, Sluizencomplex Fort bij Aalsmeer en diverse kleinere subsidies. | 1.715.405 | - 1.591.689 | 123.716 | |||||
De lastneming van de laatste 20% (€ 2,5 miljoen) van de SBUVR Artis zorgt voor een stijging van de lasten op dit beleidsdoel. De daadwerkelijke verstrekking zal waarschijnlijk in 2027 plaatsvinden. | - 2.462.001 | - 2.462.001 | ||||||
6.3 Bijdragen aan verbeteren van de kwaliteit cultuur en voorzieningen | ||||||||
De hogere onttrekking aan de reserve kwaliteit cultuur en voorzieningen is veroorzaakt doordat de laatste 20% (€ 2,5 miljoen) van de SBUVR Artis in 2025 genomen en is onttrokken aan de reserve kwaliteit cultuur en voorzieningen. De bijbehorende lasten zijn in beleidsdoel 6.2 opgenomen. | 2.540.000 | 2.540.000 | ||||||
Overige verschillen afzonderlijk programma ≤ € 250.000 | 1.122.282 | - 371.058 | 0 | - 251.288 | 499.936 | |||
